|
|

P U L S E . de nieuwe, dubbele live-CD van U weet wel, die onverwoestbare symfo-kolos bij wie de platenverkoop hardnekkig omgekeerd evenredig loopt aan de hoeveelheid positieve kritieken. Terecht. We vroegen het aan een man die al dertig jaar (Pink Floyd) achter zijn naam heeft staan: drummer Nick Mason.
Hij herinnert zich er ab-so-luut niets meer van, nee. Ze deden in die tijd ook zo veel festivals. Maar nadat Nick Mason het grote Pink Floyd-logboek uit zijn koffer heeft gevist, staat zijn wijsvinger binnen tien seconden op de juiste plaats: Holland Pop Festival, Kralingen, juni 1970. Precies 25 jaar geleden, en dat was ook de reden dat er, toevallig, op de avond voor het interview een VARA documentaire aan gewijd was. Een documentaire die de Nederlandse journalist even, als binnenkomertje, memoreert. Maar pas nadat Mason de rest van de pagina heeft bestudeerd, begint er iets te dagen: vlak ervoor hadden ze immers op een festival in het Engelse Bath gestaan, waar ze met een heus orkest een uitvoering van Arom Heart Mother hadden gegeven. 'Het was een hele bevrijding om daarna naar Holland te gaan en een gewone show te doen. Maar dat is alles wat me is bijgebleven.'
Dat van die zonsopgang tijdens hun concert- een nogal magisch-surrealistische gebeurtenis die, naar het schijnt, bij menig Kralingen-bezoeker in de herinnering staat gegrift- zegt Mason niets, maar hij kan zich er wel wat bij voorstellen. Een Pink Floyd-concert zonder overweldigende visuele meerwaarde is immers geen Pink Floyd-concert en de editie op Kralingen, met zo'n gratis door de natuur geleverd special effect, zal dus zeker een bijzondere zijn geweest.
Een Floyd-concert zonder visuele meerwaarde, zonder toeters en bellen en zonder exorbitant dure en geavanceerde video- en lichtapparatuur, daar kan Mason zich echter helemaal niets bij voorstellen. Al vindt hij niet dat hun muziek die extra dimensie zonder meer nodig heeft; hun platen verkopen tenslotte prima. 'Zo'n lichtshow is wat het is: een meerwaarde. En ik denk dat je zo veel mogelijk moet doen om de totaalervaring van een concert krachtiger te maken. Dan krijg je dus dat men gaat zeggen dat onze muziek overspoeld wordt door een overdaad aan spectaculaire toevoegingen, en misschien is dat ook wel zo: de visuele ervaring is het krachtigst.
Maar de muziek gaat langer mee, want de platen kun je elke dag thuis opzetten en zo'n show zie je maar een of twee keer.' De stelling dat een Floyd-concert weinig meer is dan een lichtshow met achtergrondmuziek, doet Mason dan ook niets. Dergelijke kritiek is op zich terecht, vindt hij, maar het publiek haalt er uiteindelijk toch wel wat meer uit. En daar gaat het om. 'Als mensen alleen maar zouden zijn gelnteresseerd in lichtshows met achtergrondmuziek, hoeven ze niet naar ons te komen. Dan bestaan er wel gemakkelijker en goedkoper manieren om son et lumierè te ondergaan. Al vraag ik me af of ze overweldigender zullen zijn dan een concert van ons.'
Pink Floyd ingehaald door de tijd? Mason wil er niks van weten. Evenmin als van mensen die beweren dat Pink Floyd het beste 'werkte' toen punk en new wave nog niet waren uitgevonden en spektakelstukken als Atom Heart Mother en Dark Side Of The Moon perfect samenvielen met de tijdgeest.
Nee, voor Mason telt het nu. Voor hem, maar ook voor gitarist David Cilmour en toetsenist Rick Wright- mensen wier leven de afgelopen decennia vrijwel dagelijks door Pink Floyd werd beheerst. Volgens Mason is dat juist ook zo verwarrend aan de rock & roll: het is voor buiten staanders iets heel anders dan voor insiders. "Maar één van de krachtigste elementen van rock & roll is dat het zich kan omvormen tot een vorm van nostalgie.
Mensen worden het meest door muziek beinvloed als ze jong zijn. Daarom is rock & roll ook zo'n krachtige drug voor tieners. Maar wij drieën zijn opgegroeid met rock & roll, we zijn er oud mee geworden, en het is nog steeds heel essentieel voor ons. Ook al zijn we rond de vijftig. Mensen die dat rock & roll-stadium echter passeren en er na hun dertigste niet meer mee bezig zijn, zijn geneigd om de Pink Floyd-platen die voor hen het invloedrijkst waren te beschouwen als ons beste en meest relevante werk. En daar hebben ze vanuit hun optiek natuurlijk ook gelijk in.'
De drang tot experimenteren, ja, die is wel een beetje weg. Dat vindt Mason ook. En hij snapt ook dat mensen dat juist zo aantrok in de vroege Floyd. Maar we moeten natuurlijk niet vergeten dat de groep ooit een totaal andere weg is ingeslagen en inmiddels een zeer gedisciplineerde machine is geworden, met zorgvuldig gechoreografeerde liveshows. Bovendien is de harmonie tussen de groepsleden onderling nu een stuk groter; hoog oplopende ruzies, zoals tijdens de laatste periode met Roger Waters, komen nauwelijks meer voor en de muzikale spanning die dat soms opriep, is ook weg ('al zul je mij niet horen zeggen dat onderlinge frictie per definitie betere muziek oplevert; integendeel, vaak').
De fans van de oude Floyd hebben ze dus eigenlijk weinig meer te bieden. 'Het is onvermijdelijk dat er mensen zijn die vinden dat Pink Floyd overleed toen Syd Barrett wegging. Of toen Roger wegging. Er zijn mensen die "Instellar Overdrive" het beste vinden dat we ooit gemaakt hebben, maar er zijn er ook die niet eens weten dat we zulke dingen ooit deden! Dus het enige wat je kunt doen, is proberen jezelf te vermaken. Je kunt niet anticiperen op wat het publiek leuk vindt. En je kunt ook niet eeuwig vasthouden aan wat het publiek ooit leuk vond.'
Mason stoort zich ook aan mensen die roepen dat Pink Floyd uitverkoop heeft gehouden. Mensen die zeggen dat de groep eerst heel interessante dingen deed, maar toen ineens ontdekte dat er meer geld verdiend kon worden als ze iets anders zou gaan doen. 'Het is een plausibele veronderstelling, maar het is niet waar. Je doet altijd wat je wilt, wat je leuk vindt en wat je denkt dat goed is. Ik denk niet dat er een artiest bestaat die ooit, bewust en weloverwogen, artistieke uitverkoop heeft gehouden.'
Dat Pink Floyd het al dertig jaar volhoudt en nog steeds niet verzadigd lijkt, heeft volgens Mason niets te maken met een aanhoudende drang tot creatief zijn. Want 'creatief zijn' klinkt hem te veel alsof er voortdurend briljant en vernieuwend werk wordt afgeleverd. En wat Pink Floyd doet, vindt hij eigenlijk meer craft dan art: meer vakmanschap dan kunst. Bovendien heeft hij niet de indruk dat de groep haar beste werk al heeft afgeleverd of de ultieme show al heeft neergezet. 'Het hoeft niet per se groter, maar het kan wel beter. Of anders.
Er is nog zoveel uit te proberen.' Dat er nog nieuwe muzikale invloeden in het Floyd geluid gaan binnensijpelen, gelooft Mason niet. Gedurende die dertig jaar heeft de groep immers talloze culturen en invloeden geabsorbeerd en haar keuzes gemaakt. En om nu te gaan kijken of er misschien plaats is voor hiphop- of garagerock-invloeden, nee, daar voelt Mason niets voor. Dat zou belachelijk zijn. v Zulke dingen moet je ook alleen inbouwen om de juiste redenen, vindt hij. En niet omdat het hip is. Het doet hem daaren tegen wel deugd dat moderne bands Floyd-invloeden verwerken; in een act als The Orb herkent hij bijvoorbeeld duidelijk het Floyd-gevoel. 'Die jongens pikten wat van onze ideeen op en hebben ze verder ontwikkeld. Hun balans tussen de elementen is anders, maar ze zoeken naar een vergelijkbare audiovisuele vibe'.
' En nu we toch bij het heden zijn aanbeland: vanwaar PULSE: Waarom opnieuw een live-CD, terwijl er voor het laatste studio-album The Division Bell ook al een live-CD Delicate Sound of Thunder zat? Spelen financiele argumenten dan toch een rol? Absoluut niet, zegt Mason. PULSE is er vanwege de integrale live uitvoering van Dark Side of The Moon, waarover de band zo tevreden was dat ze besloten er nog maar eens een live-CD tegenaan te gooien.
En toen ze toch bezig waren, maakten ze er maar meteen een dubbel-CD van. Zodat de rest van de show er ook op kon. Het is een leuk souvenir voor wie in '94 een van onze shows gezien heeft. No big deal. Een tussendoortje, voor de fans. En een momentopname: zo klonken we eind '94. Het artwork en de verpakking zijn heel duur, maar het is geen full price-CD. We vinden niet dat de fans moeten opdraaien voor onze hoge visuele normen. Het gerucht dat er financiele motieven in het spel zijn, is daarmee dus meteen ontkracht.'
Terugkijkend op de Division Bell-wereldtournee wil Mason trouwens nog wel iets kwijt. Over die enorme club meegereisde sessiemuzikanten, door wie de drie koppige groepskern bijkans in de schaduw werd gezet. Daar is heel veel commentaar op geweest en achteraf vonden de Pink Floyd-leden dat wel terecht. 'Het was een vergissing. Maar we wilden de muzikanten die op de CD meespeelden niet voor het hoofd stoten door te zeggen dat ze niet meemochten op tournee. Het probleem was dat het live-repertoire op dat moment nog niet was vastgesteld. Uiteindelijk waren veel van die mensen overbodig.
De volgende keer gaan we het beslist kleinschaliger aanpakken.' De volgende keer? Ja, want van stoppen is geen sprake. Gestopt wordt er alleen als het publiek massaal afhaakt, zegt Mason. Of als de groep het spelen beu is. En vooruitkijken, daar heeft hij geen zin in. Want er zijn momenteel geen plannen ('als we weer iets nieuws gaan maken, doen we dat in elk geval sneller dan voor heen') en zeg nou zelf: niemand weet toch wat de toekomst brengt? Denk je dat we in '67 wisten dat we in '95 nog zouden bestaan? Het zou absurd zijn om nu te teggen dat we onszelf nooit meer zullen overtreffen, of dat we te oud zijn. Stoppen is totaal niet aan de orde.'
|
|
|